Ik was tien jaar toen ik mijn eerste goochelboek kreeg.
Jommekes goochelboek.
Ik heb het van de eerste tot de laatste pagina verslonden.
Twee jaar later stond ik, twaalf jaar oud, voor het eerst op een podium.
Geen internet.
Geen YouTube.
Geen tutorials.
Alles wat ik wist, kwam uit een paar boeken uit de bibliotheek.
Ik had zelf een optreden geregeld op de Patersholfeesten in Gent.
Ik kreeg applaus.
Waarschijnlijk niet omdat ik zo goed was,
maar omdat ik twaalf was, lef had, en daar gewoon stond.
Na de show gebeurde er iets dat ik nooit vergeten ben.
Een “echte” goochelaar kwam naar mij toe.
Hij had alles gezien.
We praatten over mijn ambitie. Over mijn show.
En op het einde van dit gesprek leerde hij mij drie trucs aan.
Hij zei:
“Dit zijn er drie. Leer ze grondig. Als je ze kan, bel me. Dan krijg je er meer.”
Je raadt het al.
De volgende ochtend hing ik aan de telefoon.
Achteraf bekeken waren die drie trucs niet het belangrijkste.
Het principe wel.
Niet alles tegelijk.
Geen shortcuts.
Eerst beheersen. Dan pas verder.
Dat moment heeft mijn kijk op leren voorgoed bepaald.
Vandaag, zoveel jaren later, is goochelen mijn beroep.
Ik sta op podia.
Ik werk met bedrijven.
Ik leid een agency.
Ik zet andere goochelaars aan het werk.
Maar daar stopt het niet, integendeel.
Ik zie het als een plicht om mijn kennis door te geven.
Daarom maak ik steeds tijd voor iemand die na een show komt zeggen dat hij wil leren goochelen.
Daarom heb ik trouwens ook de Goochelacademie opgericht.
Daarom geloof ik zo sterk in trajecten die tijd durven nemen.
Want goochelen is geen reeks trucjes.
Het is psychologie.
Timing.
Storytelling.
Aanwezigheid.
Falen.
Herhalen.
En vooral: keuzes maken.
Dat leer je niet in een weekend.
Daar heb je tijd voor nodig.
En best iemand die naast je staat.
Die visie werd recent opnieuw bevestigd tijdens FISM in Turijn.

Duizenden goochelaars.
Van absolute toppers tot jonge wolven die honger hebben.
Wat mij het meest raakte, was niet het niveau.
Maar de openheid.
Goochelaars die samen aan tafel zitten,
technieken tonen, ideeën delen
die ze normaal alleen in lezingen prijsgeven.
Geen territorium.
Geen ego.
Alleen vakbroeders.
Je ziet daar ook hoe verschillend het vak wereldwijd wordt benaderd.
Dat opent je blik.
En het houdt je scherp.
Natuurlijk is het een overload.
Maar vakmanschap zit niet in alles opslorpen.
Het zit in weten wat je meeneemt en wat je bewust laat liggen.
Als ik vandaag terugdenk aan die twaalfjarige jongen op dat podium,
dan besef ik één ding:
zonder die ene goochelaar na de show
stond ik hier misschien niet.
Daarom is voor mij “pay it forward” geen slogan maar een verantwoordelijkheid.
Dit verhaal kreeg de voorbije jaren een vervolg.
Samen met Joppe Bossuyt heb ik een intens meester-leerlingtraject doorlopen, waarin we twee jaar lang gewerkt hebben rond techniek, inzicht en vakmanschap.

Dit traject werd ondersteund door de Vlaamse overheid, via een beurs voor het doorgeven van vakmanschap.
Het is exact hoe het hoort: kennis die niet blijft hangen, maar doorgegeven wordt.
Van generatie op generatie.
– Koenraad
Met dank aan:

